Van energiek naar uitgeput
Waar ze zichzelf altijd kende als energiek en actief, viel ze na de operatie volledig stil. “Ik was doodmoe. De activiteit van de dag was van bed naar de bank gaan.” Vooraf dacht ze na twee weken haar werk weer op te kunnen pakken, maar haar lichaam trok aan de noodrem. De vermoeidheid hield aan, ook maanden na de behandelingen.
Wat volgde was een lange periode van zoeken. Haar klachten werden niet altijd herkend. “Ik twijfelde enorm aan mezelf en voelde me een roepende in de woestijn.” Ze bleef haar vermoeidheid benoemen bij zorgverleners, maar kreeg vooral algemene adviezen. “Ik wil patiënten met soortgelijke klachten meegeven dat het belangrijk is om te blijven zoeken naar de juiste hulp. Het helpt als hulpverleners daarin meedenken, zeker wanneer klachten aanhouden.” Ruim een half jaar later volgde na een emotioneel gesprek een doorverwijzing voor het revalidatietraject in Ziekenhuis Rivierenland.
Samen herstellen
Na een intakegesprek startte ze met oncologische revalidatie. “Ik had eindelijk het idee dat mijn klachten serieus werden genomen.” Het programma bestond uit meerdere onderdelen, waaronder fysiotherapie, ergotherapie en contact met lotgenoten. “Die combinatie van aandachtsgebieden was heel waardevol.”
Binnen het revalidatieprogramma wordt onder andere gewerkt aan het verminderen van angst, het verbeteren van conditie en kracht, het omgaan met de veranderde situatie en het leren kennen van eigen grenzen en hoe hiermee om te gaan. Ergotherapeut Ester benadrukt dat het daarbij draait om vertrouwen krijgen in het eigen lichaam. “Het revalidatieteam vindt het belangrijk om de therapie te richten op activiteiten die voor de revalidant belangrijk zijn.”
In de groep zat Danielle met andere vrouwen met borstkanker, allemaal met ernstige vermoeidheidsklachten. “Het is fijn om te merken dat anderen hetzelfde ervaren. Ik was niet de enige.” Die herkenning hielp haar om haar klachten en signalen serieus te nemen. “Tot die tijd was ik vooral moedeloos. Ik wist niet meer wat ik kon doen en had simpelweg de energie niet om me te verdiepen in wat er mogelijk was.”
De begeleiding was praktisch en afgestemd op haar persoonlijke situatie. “Als ik na het sporten te moe was, werd het programma aangepast. Alles werd gedoseerd opgebouwd.” Ook leerde ze signalen van haar lichaam herkennen, bijvoorbeeld met een ‘stoplichtoefening’. “Voor mij bestond oranje niet. Nu weet ik wanneer ik moet stoppen.”
Weer vertrouwen in het eigen lijf
Het revalidatietraject duurde enkele maanden. Het doel was niet om alles op te lossen, maar om weer zelfstandig verder te kunnen. “Ik kreeg het vertrouwen in mijn lijf terug en merk zelfs dat bewegen inmiddels weer energie oplevert. “Dat ik weer kan werken, sporten en sociale dingen kan ondernemen, daar ben ik echt heel blij mee. Dat had ik bijna niet meer durven dromen.”